16 Maria Verstappen: tekst Tweede Kamer 20 maart 2008
AAN DE VASTE KAMERCOMMISSIE CULTUUR
20 maart 2008

Kerngedachte
Mijn levenspartner Erwin Driessen en ik zijn gefascineerd door de natuur als een uiterst complex, dynamisch proces, die we proberen te verbeelden met behulp van de computer. Je kunt het zien als een eigentijdse vorm van natuuronderzoek. We ontwerpen zelf de groeiprocessen, die vervolgens op eigen kracht steeds wisselende structuren voortbrengen. De toeschouwer krijgt een type schoonheidservaring die veel lijkt op natuurbeleving. Met deze kunstmatige natuur willen we mensen aan het denken zetten over de vervagende grenzen tussen natuur, cultuur en technologie.
Beroepspraktijk
De techniek heeft onbegrensde mogelijkheden voor de kunst, die wij graag willen verkennen, maar dat is pionierswerk en dat kost heel erg veel tijd. Alle software wordt door onszelf ontwikkeld. Bovendien stelt de presentatie van dit werk bijzondere eisen. Niet elke tentoonstellingsruimte is geschikt en de apparatuur is kostbaar. Ons digitale werk is moeilijk te verkopen, onder andere omdat de conservering ervan nog in de kinderschoenen staat.

IMA traveller,interactieve software, projectie 270 x 360 cm, 1997, tentoonstellingsruimte: Overgaden, Copenhagen
Exposities
Vanaf begin jaren 90 kregen we diverse werkbeurzen, basisstipendia en projectsubsidies van het Fonds BKVB. Vooral na de academie is financiële steun essentieel. Het aantal startstipendia mag dan ook niet minder worden. Na vele jaren hard werken exposeren we in binnen en buitenland, in musea en op internationale beurzen. Af en toe krijgen we een opdracht. We geven lezingen op internationale conferenties, gastlessen en workshops op academies en universiteiten. Over het werk wordt gepubliceerd in academische boeken, catalogi en vakbladen.
Deze activiteiten genereren inkomsten, maar niet genoeg om daarvan te leven en nieuw werk te maken. Onze grensverleggende manier van werken is dus niet haalbaar ‘op de markt’. Aanvullende financiële ondersteuning is nodig om een bescheiden atelier en enkele basisvoorzieningen te betalen.
Achteruitgang
-
De financiele situatie gaat langzaam maar zeker achteruit. Rond 1994 zijn de zogenoemde “hang en stagelden” afgeschaft, die kunstenaars tot begin jaren 90 kregen voor het tentoonstellen van werk in instellingen en musea.
-
Vroeger kon je via het Mondriaanfonds individuele subsidie krijgen voor buitenland presentaties.
-
En ook de presentatiesubsidies van het Prins Bernhard Cultuurfonds zijn verdwenen.
-
Academies moeten bezuinigen en hebben nauwelijks geld voor gastdocenten en de tarieven zijn gedaald.
Het aantal beurzen via het Fonds mag zeker niet omlaag! De kunst is vandaag pluriform, en gedijt bij een brede basis.
Driessens & Verstappen maart 2008
De gedachte dat een beeldend kunstenaar van zijn experimenten moet kunnen leven door middel van werkbeurzen lijkt me inmiddels achterhaald. Uit eigen ervaring weet ik dat het de kunstmarkt corrumpeert omdat gesubsidieerde kunstenaars veel hogere prijzen kunnen vragen want de noodzaak om je werk te verkopen is er niet meer. Het lijkt aantrekkelijk om bijv. 30.000 euro te krijgen van de staat maar het holt uiteindelijk je eigen kunstenaarsschap uit. Verzoen je met de gedachte dat de kunstwereld een keihard darwinistisch slagveld is zonder enige compassie.
Pim van der Horst
november 14, 2008 op 2:58 pm