18 Petra Boshart: tekst Tweede Kamer 20 maart 2008
AAN DE VASTE KAMERCOMMISSIE CULTUUR
20 maart 2008

Uitgaande van mijn eigen ervaringen probeer ik de essentiële gebeurtenissen in het leven vorm te geven in steen, op zo’n manier dat ze voor anderen invoelbaar worden. De mens is deel van de cyclus van de natuur en dat geef ik vorm in een tijdloos materiaal, steen. En dat gaat voorbij aan de waan van de dag.
Ik stam uit een steenhouwersfamilie en kreeg les van twee vooraanstaande beeldhouwers, die hun kennis, ervaring en vakmanschap op mijn overdroegen. Met de keuze voor het materiaal steen sluit ik aan bij een lange traditie, maar daarbinnen streef ik nu al 25 jaar naar een oorspronkelijke, eigen taal.

Steen is een weerbarstig materiaal, en dat vereist vakmanschap, geduld, contemplatie, volharding, overgave. Het wordt gewaardeerd en gerespecteerd. Aan exposities geen gebrek. Maar…….
Steenhouwen is zeer arbeidsintensief en tijdrovend en dat kàn niet in de huidige markteconomie. 40% courtage van galeries maken het werk te duur, of ik houd er niets aan over. Hoewel ik ook lesgaf is financiële ondersteuning is onmisbaar als je tijd over wilt houden voor je werk.
Dus vroeg ik subsidie aan bij het Fonds voor Beeldende Kunst, maar dat kun je als steenbeeldhouwer wel vergeten. Ik ben niet modieus genoeg. Jonge veelbelovende kunstenaars/ nieuwe media, die zijn hot. Daar wordt geld aan uitgegeven.
Dat ik iets belangrijks voortzet wordt niet gesignaleerd en of gewaardeerd. Ik houd hier een bitter gevoel aan over, omdat ik weet wat ik waard ben.
Ik kon terecht bij de WWIK. Want daar kijkt men niet naar ‘kwaliteit’, maar naar professionaliteit. Het uitgangspunt van de WWIK is dat je cultureel ondernemer bent en op termijn kunt overleven op de markt, maar is dat per definitie niet een onmogelijkheid als je bezig bent integere kunst te maken.
Ondersteunende instanties met veel medewerkers als Kunstenaars & Co proberen je met glossy papers en legio cursussen naar de markt te begeleiden. En als dat niet lukt wordt je er na 4 jaar uitgegooid! Die cursussen kost erg veel geld. Iedereen profiteert ervan, behalve de kunstenaar zelf.
En nu ?
Op dit moment geef ik zoveel les, dat ik niet meer aan mijn eigen werk toekom. Er is geen ruimte in mijn hoofd. Ik ben bezig met overleven en hoe leuk ik lesgeven ook vind: het belangrijkste in mijn leven ontbreekt.
Dit zijn mijn ervaringen met subsidies.
Bij het Fonds BKVB heeft men een te eenzijdige kijk op kunst. Het is belangrijk om kunst in een groter verband te zien en je minder te laten leiden door hypes. Bovendien zou men meer respect kunnen hebben voor de ervaring en het vakmanschap die een kunstenaar heeft opgebouwd.
Hoewel ik gedurende 4 jaar dankbaar gebruik gemaakt heb van de WWIK, bekroop mij het gevoel dat dit een dure sterfhuisconstructie is. Een manier om in 4 jaar voor eens en altijd van een stel marginale dromers af te komen.
Een pasklare oplossing heb ik niet. Maar er gaat wel erg veel geld naar de instanties.
Geef het geld aan de kunstenaars, want zonder kunstenaars geen kunst!
Petra Boshart
Waarde naamgenote (wellicht familiegenote),
de ‘vermarkting’ van de kunst heeft hetzelfde effect als de vermarkting van de zorg, het onderwijs etc. : kwaliteitsverlies, bureaucratisering, de hype centraal en de werkvloer tandeloos en monddood.
Ik vind het mooi ding daar op die foto.
Met vriendelijke groet,
Maut Boshart
Maut Boshart
september 21, 2008 op 5:59 pm