zonderkunstenaarsgeenkunst

Just another WordPress.com weblog

03 Anne Berk: Waarom wij kunst niet aan de markt over kunnen laten.

with 5 comments

Kunst is een vrijplaats.Waarom we kunst niet aan de markt over mogen laten

In maart wordt de knoop doorgehakt. Dan beslist de Tweede Kamer hoe de subsidie voor de beeldende kunst zal worden verdeeld.

Het Fonds BKVB en het Mondriaanfonds gaven vast een schot voor de boeg. Zij pleiten ervoor bij gelijkblijvend budget scherpere keuzes te maken. Kies voor topkunst en geef meer geld uit aan tentoonstellingsruimten. Daardoor vallen nog meer kunstenaars uit de boot, en komt de kunst als vrijplaats in gevaar.

Bijzondere positie kunstenaar

In 1999 tijdens een debat bij het Ceramic Millenium stelde toenmalige directeur van het Groninger Museum ‘dat het unieke kunstwerk zijn langste tijd had gehad’. Alleen in oplage geproduceerde kunst kan overleven.’ Is dat ook zo? De boodschap kwam hard aan. Had Frans Haks gelijk? Het Nederlands design floreert, waarbij een creatief idee tot in het oneindige wordt vermenigvuldigd. Designers die zich de status van kunstenaar hebben aangemeten, maken efficiënt gebruik van het industriële produktie-apparaat. Ondertussen leiden beeldende kunstenaars een kommervol bestaan, met een inkomen van gemiddeld 900 euro bruto per maand, aldus Sandra Smallenburg in NRC 23-11-07, hetgeen overigens niets zegt over de kwaliteit.

Er heerst op dit moment een klimaat waarin het profijtbeginsel als toverwoord dient.

De markt is het panacee voor alle problemen en de kunstenaar is tot cultureel ondernemer gebombardeerd, maar zijn ‘onderneming’ lijdt verlies, geven ook de Fondsdirecteuren toe. Geen wonder, gezien de historische ontwikkelingen. Maar we mogen de kunst niet aan de markt overlaten. De kunstenaar heeft een bijzondere opdracht.

Reclame in plaats van kunst?

Kunst geeft indirect altijd uitdrukking aan de heersende maatschappijvisie. Ze is vaak ingezet als visuele strategie, om politieke, religieuze of commerciële ideeën te verpakken. Bijvoorbeeld door de kerk om het katholicisme te verspreiden. Door communistische staten en door Hitler, die met de overweldigende ensceneringen van zijn ideeën door de filmer Leni Riefenstahl, de architecten Speer en de beeldhouwers Thorak, Arno Breker op meesterlijke wijze het volk bespeelde. En in onze kapitalistische maatschappij worden de beste talenten ingezet om ons tot kopen te verleiden.

Is het waar, zoals de socioloog Bram Kempers ooit beweerde, dat reclame en niet de kunst de graadmeter is van onze cultuur? Zijn wij verworden tot een ‘homo economicus’? Zijn wij louter aanbidders van het Gouden Kalf, het geld?

In 1997 maakte Antony Gormley de ‘Angel of the North’, het grootste kunstwerk van Engeland, als projectievlak voor onze ‘spirituele’ ideeën. Welke dat zijn laat Gormley aan de toeschouwer over. De kunstenaar leent zich niet voor religieuze propaganda, maar wil mensen wèl aanzetten om na te denken over het bestaan. ‘Engelen bestaan niet, dus moet je ze uitvinden. Kunst is een vrijplaats om over jezelf na te denken,’ aldus Gormley‘ en dàt is de rol van de kunst in onze liberalistische maatschappij. ‘De kunst is er om de mens aan zichzelf te openbaren,’ zegt Henk Visch.

De kunstenaar gebruikt zijn talenten niet, zoals de reclameontwerper, om producten aan te prijzen. Sinds de romantiek werkt hij niet meer in opdracht. Hij is een ‘ziener’ die ons vanaf de zijlijn reflectie biedt op ons bestaan in de breedste betekenis van het woord. De kunstenaar staat buiten de maatschappij, hij is ‘alleen in zijn kamer’, aldus Juan Muñoz. ‘De inhoud van het kunstenaarschap ligt niet vast’, zegt Camiel van Winkel in zijn boek ‘De mythe van de kunstenaar’. De kunstenaar is onafhankelijk. Vrij. En daarmee is hij de verpersoonlijking van het geloof in het vrije individu.

Maar mag dat ook wat kosten? Of krijgt Frans Haks gelijk en hebben alleen reclameontwerpers en designers een toekomst? Het woord is aan de politiek.

De inkomens van kunstenaars zijn achteruit gegaan.

In de 18de eeuw ontliepen de inkomens van kunstenaars en ambachtslieden elkaar niet zoveel. Sinds de Industriële Revolutie is de arbeid gemechaniseerd en de productiviteit per uur enorm gestegen, behalve in de kunst. Hoe moet een kunstenaar dan zijn hoofd boven water houden, als zelfs  arbeidsintensieve industrieën er in het Westen niet in slagen om concurrerend te zijn? Een kunstenaar maakt unieke en dus arbeidsintensieve producten, maar daardoor werkt hij per definitie oneconomisch.

De kunstenaar werkt doorgaans niet in opdracht en daarin verschilt hij van zijn commerciële broertje, de reclameontwerper. Dat maakt zijn bestaan onzeker. Zoals van Gogh, die bij leven nooit één schilderij heeft verkocht, ook al was zijn broer kunsthandelaar. Hoe had Van Gogh kunnen schilderen als zijn broer hem niet had ondersteund? Dergelijke mecenassen zijn nu met een loepje te zoeken. In Nederland zijn weinig grote verzamelaars. We hebben geen Saatchi, die de marktprijzen opstuwde door hele oeuvres op te kopen en zo de Britart op de kaart zette. En de carrières van Marlène Dumas en Michel Raedecker vleugels gaf. Als de staat zich terugtrekt als mecenas vallen kunstenaars in een financieel gat.

Na de Tweede Wereldoorlog constateerde Willem Drees dat kunstenaars er vergeleken met andere beroepsgroepen sterk op achteruit waren gegaan. En daarom stelde hij in 1949 de Contraprestatie (later Beeldende Kunstenaars Regeling) in, waarbij de kunstenaar kunstwerken produceerden in ruil voor extra inkomen (zie Onmetelijk Optimisme, kunstenaars en hun bemiddelaars 1945-1970, Waanders, 2007). In 1985 is de Contraprestatie/BKR afgeschaft, maar niet omdat er geen behoefte aan ondersteuning meer zou zijn. De selectie was niet kritisch genoeg, een euvel dat is verholpen nu kunstenaars niet automatisch worden gesteund. Ze moeten steeds opnieuw beurzen aanvragen en de toets der kritiek doorstaan. Feitelijk zijn de 571 kunstenaars van de 12.000 die in 2004 subsidie kregen al topkunstenaars…

Veel kunstenaars konden een oeuvre opbouwen door de steun van de overheid. Bijvoorbeeld Corneille en Constant. Maar ook Lily van den Stokker, die schrijft hoe ze dankzij een beurs naar New York kon gaan. Inmiddels kan ze leven van haar werk en heeft ze de subsidie dubbel en dwars terugbetaald aan het Rijk via de belasting! (zie haar artikel op de site kunstsubsidiedebat.nl).

Luis in de pels

Maar blijft moeilijk om van je werk te leven. Slechts 14% van de kunstenaars heeft na aftrek een inkomen dat van meer dan 10.000 per jaar. 40% van de kunstenaars heeft een negatief inkomen. 62% heeft neveninkomsten uit andere werkzaamheden, 8% verdient helemaal niets met zijn werk. 18 % van de beeldend kunstenaars heeft een bijstandsuitkering. 3000 van de 12.000 kunstenaars maken gebruik van de WWIK.  Van de inkomsten van beeldend kunstenaars is 60% afkomstig van de particuliere markt en 40 % van overheidsgelden (uit ‘Kunst in getal’, Lien Heyting, NRC 11-7-03).

Verder lijkt er op dat, hoewel de kunstbegroting in zijn geheel is gestegen, de bedragen die direct ten goede komen aan kunstenaars zijn gedaald.

In 2004 waren er nog maar 571 van de 12.000 kunstenaars die een individuele subsidie ontvingen!

Het aantal startstipendia daalde van 131 (2002) naar 61 (2006) en nu dreigen de startstipendia te verdwijnen.

In 2005 werd bepaald dat 16,7 miljoen, de zogeheten Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving (BKV) uit de vroegere BKR, niet meer rechtstreeks aan kunstenaars mocht worden uitgekeerd!  Er zijn minder opdrachten voor Kunst in Openbare Ruimte. De eisen van de WWIK (nu 40 miljoen) worden steeds verder opgeschroefd en kunstenaars mogen hier slechts vier van de tien jaar gebruik van maken. Het is een sterfhuisconstructie.

Deze ontwikkeling moet worden gekeerd, in plaats van de kunstenaar nog verder uit te kleden.

Natuurlijk moet de particuliere markt gestimuleerd worden. En gelukkig is de Kunstkoopregeling mede door het Platform onlangs gered. Maar ook door belastingaftrek voor sponsorgelden of door het oprichten van een Fonds met publiek en privaat geld, dat beurzen aan kunstenaars verstrekt.

Daarnaast is overheidssteun onmisbaar. Zoals ook wordt verstrekt in Finland en Zweden, Duitsland en Frankrijk etc. (zie cultural policies.net). Met dit geld kan de kunstenaar de luis in onze pels zijn. Dat mag best wat kosten. Onze vrijheid staat op het spel.

Anne Berk, kunstrecensent van Kunstbeeld en het Financieele Dagblad, 5 februari 2008,

aberk@xs4all.nl

Written by zonderkunstenaarsgeenkunst

februari 6, 2008 bij 2:56 pm

5 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. De cijfers en feiten liegen er niet om, maar dat doen cijfers&amp.feiten toch bijna nooit. Praktisch gezien: geen zin om aan te beginnen of om mee door te gaan. Ik heb het nooit zo gezien. De VERBEELDING aan de macht!… maar dat zal nog wel even duren. The Art is the Action, maar nog meer een manier van leven.

    Mathieu Nab

    maart 12, 2008 at 12:14 pm

  2. Het kan toch niet zijn dat een welvarend land als Nederland zo ongeveer onderaan de lijst van Europese landen staat met haar budget voor kunst en cultuur. Onmiddellijke verhoging naar 1 % van de nationale begroting voor deze sector is wel het eerste dat gevraagd kan worden. Kunstenaars vormen een steeds meer ondergewaardeerde beroepsgroep gezien het gemak waarmee de maatschappij en de politiek de amateuristische kunstbeoefening, de folkloristische uitingen en ander populaire cultuur zaken in één adem noemt waar het gaat om gelden voor de kunsten te verdelen. Dit zal nog sterker worden wanneer de gelden voor kunstenaars zonder al te veel verantwoording naar de 35 gemeente worden doorgesluisd. Op lokaal niveau bestaat veelal weinig consensus voor de noodzaak van een goed kunstbeleid.
    Wanner veel kunstenaars goed zouden kunnen werken en overleven in dit land, zullen ongetwijfeld ook enkele toppers boven komen drijven. Vele beroemde kunstenaars danken hun succes aan financiële ondersteuning van weleer. Marlene Dumas, Joep v Lieshout e.a. hebben zich hierover ook uitgesproken.

    eric de nie

    maart 19, 2008 at 10:46 am

  3. Wij (Christian Wisse en Vincent van Ginneke) zitten beide in de groep van 62% die het hoofd net boven water kunnen houden met neveninkomsten (onderwijs).
    Wat er zich de laatste jaren aftekent bij de besteding van gemeentelijke kunstbudgetten is dat deze vrijwel uitsluitend nog worden bestemd voor projecten met een ‘publiekswaarde’ (buurtfunctie) inderdaad zoals Eric de Nie hierboven noemt: amateuristisch, folkloristies en andere populaire ‘cultuur’, De professionele kunstenaar worden op één hoop geveegd met allerhande amateurs, terwijl op hetzelfde moment de professionele kunstenaar zich keer op keer dient te verantwoorden voor zijn vak. (overigens ‘hobby’ in de ogen van velen)
    Ik vraag me af, heb ik het al die tijd niet willen zien of is het gewoon zo dat ‘men’ het wel best vind om áls er al gelden te verdelen zijn dat binnen een kleine groep te doen (hun dat overigens uiteraard te gunnen!) ,en dat de ‘rest’ niet moet zeuren?
    De instanties laten hun oren veel te veel hangen naar het ‘oordeel’ van de politiek, en daar, vrees ik, moet je – O dilemma- écht niet zijn als het over Kunst gaat.

    Vincent van Ginneke

    maart 19, 2008 at 9:32 pm

  4. Net een tentoonstelling achter de rug waar we met 15 kunstenaars en een galeriehoudster maanden keihard aan hebben gewerkt. Om onze kosten terug te verdienen van ruimtehuur e.d. moesten we entree vragen , catering verzorgen en verkopen en workshops en thema-avonden organiseren, schoonmaken en vrijwilligers mobiliseren. Er geen winst gemaakt. Elke kunstenaar heeft 150,- toe moeten leggen op de individule eigen investering.
    Veel geld als je nauwelijks 900,- p. mnd hebt, en de ziektekostenverzekering en energierekening maar weer even uitstelt….
    Een prachtige catalogus door een top-ontwerper gesponserd, kon ten laatste toch niet door gaan wegens te hoge drukkosten. (Want :geen subsidie! ). Toch was de tentoonstelling succesvol. Druk bezocht door vnl. kunstenaars en aanhang.
    Cultureel ondernemerschap ? Hoe kun je je dure materialen en PR kosten betalen?Vervoer? Verzekering? Kunst maken is een luxe geworden. Als dat zo doorgaat in Nederland dan verwordt kunst tot een hobby , voorbehouden aan vutters en huisvrouwen.
    Nederland is een rijk land maar de gemiddelde nederlander heeft geen cultureel en zeker geen kunstzinnig benul. In onderwijsinstellingen is kunst een ondergeschoven kindje. Geen wonder dat Nederlanders kunst onderwaarderen.

    Ik stel me voor dat kunstenaars NOOIT meer gratis of betalend hun werk exposeren!!! Elke zanger/performer biedt zijn diensten tegen betaling aan. Als ik het museum in wil moet ik betalen, Als ik mijn werk tentoon wil stellen ook meestal.
    Er wordt van kunstenaars geprofiteerd! Kunstenaars laten zich uitbuiten.
    Dit moet stoppen.

    Elisabeth Karstens
    Beeldend Kunstenaar
    Amersfoort

    Elisabeth Karstens

    maart 20, 2008 at 1:36 am

  5. Cultureel ondernemerschap is een nonsens begrip uitgevonden door volgevreten goed gesalarieerde CDA, PVDA en VVD politici met hun walgelijke aanhang die geen interesse in het functioneren van kunst hebben.

    Fred van der Wal
    Couloutre
    Frankrijk

    fred van der wal

    juni 14, 2008 at 7:50 pm


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: