zonderkunstenaarsgeenkunst

Just another WordPress.com weblog

04 Michiel Schierbeek: Observaties in de Beeldende Kunst

with one comment

Observaties in de Beeldende Kunst.
Het artikel ‘Het is niet de subsidie, stupid!’ van Janneke Wesseling  is uit mijn hart gegrepen. Er is op alle fronten een afbraakproces gaande richting beeldende kunst in Nederland. Een van de eerste acties van onze nieuwe PvdA minister aangaande de beeldende kunst is de kunstkoopregeling proberen af te schaffen. Gelukkig door de kamer gestopt. Een flutbezuiniging die een grote groep liefhebbers, als koper en als verkoper treft. Van de PvdA moeten we het niet hebben, kunst is elitair en ligt niet bij het volk. Van deze partij gaat al 50 jaar geen stichtend geluid meer uit richting Beeldende Kunst.

De producenten van kunst worden inderdaad gemarginaliseerd, dankzij het marktcredo
opgevoerd door mensen die zelf een abonnement op een salaris hebben. Zelfs in de Verenigde Staten, ons lichtend Angelsaksisch voorbeeld van marktwerking, bestaat een uitgebreid netwerk van beursen, onderwijsbanen en tentoonstellingsmogelijkheden gefundeerd door bedrijven en (regionale) overheid. Hiervan wordt gretig gebruik gemaakt door veel kunstenaars waar wij hier misschien ook nog nooit van hebben gehoord.

Kunstenaars in Nederland worden in opiniërende stukken weggezet als in een isolement levende wereldvreemden, die weer nodig eens wakker geschud moeten worden. Autisten op een Polynesisch eiland, je zou het bijna wensen. Af en toe een duik in het kobaltblauwe water, een vers gevangen vis, een banaan en een slok kokosmelk. Alweer een positieve bijdrage aan het imago van deze in Nederland razend populaire beroepsgroep. Iedereen heeft verstand van kunst en iedereen heeft een mening over kunstsubsidies.

Als je jong bent wordt je ontdekt, krijgt opdrachten en wordt gestimuleerd, vaak door ambitieuze carrièremakers in de banensector, daarna wordt het een stuk moeilijker.
Het nieuwe van het speeltje is er dan een beetje af. Gelukkig was daar nog het Fonds BKVB die nog oog hebben (hadden) voor kunstenaars die doorgaan, zich steeds vernieuwend aan hun werk wijden en regelmatig exposeren.
Het is niet erg flitsend dat geploeter in die ateliers, dus nu dreigt dat ook weg te vallen om herverdeeld te worden richting organisatorische kant. Lees; banen voor meer tussenpersonen. Het land van adviesorganen, tussenpersonen en managers.

De trend om beschikbare subsidiegelden in de beeldende kunst naar instellingen i.p.v. naar individuele kunstenaars te manoeuvreren heeft alles te maken heeft met de verplaatsing van de macht c.q. geld.  Verdeel en heers. De minst relevanten moeten inkrimpen. Er is toch geen solidariteit.

Je ziet dit ook in het (kunst)onderwijs gebeuren alwaar de macht zich verplaatst van de vakdocent naar de assessor. Het nieuwe z.g. competentie gericht kunstonderwijs, wat ik van dichtbij meemaak, gaat niet meer over creatieve processen, maar is ontaard in een debieliserend afkruisen van competenties door assessors. Een bekende klacht in het onderwijs van docenten is dat  hun vak hen wordt afgenomen. Dit wordt wel de overgang van het Rijnlandse model naar het Angelsaksische model genoemd. Het betekent in het kort; eerst mocht diegene het zeggen die er het meeste verstand van had en nu mag degene het zeggen die de baas is.

Ook in de BTW sfeer zijn de kleine zelfstandige ondernemers, ja dat zijn wij, de laatste
jaren afgeknepen in de bedrijfsautoaftrek. Weer gemiddeld 1.000 euro per jaar minder.
Erg stimulerend voor een ondernemer die naar de markt wil. Nu wordt al weer de afschaffing van het verlaagde BTW tarief van 6% voor unieke kunstwerken voor gemasseerd. Een substantiële bijdrage aan de inkomsten van kunstenaars. Handen af van deze regeling! Het is een hele goede stimuleringsmaatregel, goed voor klant en producent.

Om van deze regeling gebruik te maken is echt niet als eerste in 1983 uitgevonden door Joep van Lieshout zoals geponeerd in de bijdragen van Rutger Pontzen in de Volkskrant en http://www.kunstsubsidiedebat.nl. Veel kunstenaars voeren al heel lang een BTW boekhouding. Zelf werd ik daar al in 1972 op gewezen door André Volten, die vanaf het begin in 1969 van deze mogelijkheid gebruik maakte bij de uitvoering van grote opdrachten. Het geeft de mogelijkheid meer te realiseren voor een budget.

De bijdragen van Rutger Pontzen bevatte wel meer onjuistheden en tendentieuze beweringen zoals de bewering dat jonge kunstenaars veelal geen gebruik meer maken van subsidies. Ja ,ja, alleen die oudjes blijven maar subsidie trekken. En vervolgens beweert hij dat, na alle bezoeken van visitatiecommissies en de daarop volgende fusies van verschillende kunstacademies en de louter tot docentenopleiding verklaarde academies, er nog teveel academies zijn. Misschien zijn er wel teveel kranten. De man heeft weinig verstand van zaken en geen idee hoe moeilijk het is om als kunstenaar te functioneren en door te gaan. Het is zo gemakkelijk – gefundenes fressen – om alles bij die maatschappelijk irrelevante kunstenaar neer te leggen.

De beeldende kunst sector wordt tegen elkaar uitgespeeld. Dus het wordt hoog tijd om binnen deze sector eens terug te slaan. Dat kan verhelderend werken. Laten we het voor de verandering eens omdraaien en kijken wat er daadwerkelijk bij de overheid en al die andere mensen werkzaam in de kunstsector wordt geëntameerd om die sector gezond, levendig en voor een groot publiek aansprekend te maken.

Zijn er ooit in het officiële circuit tentoonstellingen die inventariseren wat er in Nederland door jonge en oudere kunstenaars gemaakt wordt en waarbij het in een maatschappelijke context geplaatst wordt? Waar met trots, dus zonder zieligheids stempel, de stand van zaken wordt getoetst? Een platform waarop kunstenaars elkaars krachten kunnen meten, waarin die blijkbaar zo gewenste maatschappelijk relevante thema’s aan de orde worden gesteld? Waar kunstenaars hun visie op die thema’s tentoon kunnen spreiden? Waar  het werk van Nederlandse kunstenaars in een context geconfronteerd wordt met werk van buitenlandse kunstenaars? Het bestaat allemaal eenvoudigweg niet.

De platforms die er wel zijn, waren in eerste instantie kunstenaars initiatieven. Wat produceren al die beleidsmakers en organisatoren richting dat arsenaal aan kunstenaars die in Nederland interessante werken maken. De cruciale posities in de kunstsector in Nederland zitten muurvast en op slot. Er zit geen enkele vernieuwing in. De instanties krijgen voortdurend nieuwe namen en de poppetjes blijven voor eeuwig zitten. In de hoogste regionen  is geen  roulatie, hooguit in geval van positieverbetering. 

Naast enkele staatskunstenaars worden de kunstenaars jonger. Dat is niet altijd op basis van kwaliteit maar op basis van leeftijd, dus nieuw. Er is weinig sprake van visie en frisse standpunten. Eenmaal ingenomen standpunten t.o.v. kunstenaars worden zelden herzien. Men heeft daar consensus over en haakt af en komt gewoon niet meer kijken op tentoonstellingen. Er is geen openheid van zaken en alle opdrachten zijn weer achter de schermen verdwenen. Over de grens is het allemaal veel interessanter.

Hetzelfde fenomeen, om eigen kunstenaars links te laten liggen , schijnt zich wel in meerdere landen voor te doen. Jonge Canadese kunstenaars heb ik ook horen zeggen dat ze succes in Europa hebben en in eigen land heel weinig aandacht krijgen. Wat van ver komt is toch frisser en exotischer en dat straalt toch ook mooi af op de organisatoren.

Het zijn galeriehouders die hun nek uit steken en kunstenaars, op kunstbeurzen brengen en langere tijd blijven volgen en tentoonstellen. Ook kleine ondernemers zonder automatische pensioenvoorzieningen. Bedrijfscollecties zijn nog de enige instanties die op open dagen en in catalogi een werkelijk beeld in de breedte geven wat er in Nederland door kunstenaars gemaakt wordt. Dat is geen verdienste van overheidsbeleid.

Het is geweldig om een tijd, gesteund door een werkbeurs, door te kunnen werken zonder de hete adem van geldgebrek in je nek te voelen. Ik vraag mij wel af of de vruchten die deze steun oplevert niet op een zinnige manier zichtbaar gemaakt kunnen worden naast de initiatieven die door de kunstenaar zelf genomen moeten worden. Het heeft nu  iets van hier heb je geld en zie maar wat je er mee doet. Die desinteresse is niet erg stimulerend.

Maak tentoonstellingen inclusief catalogus met wisselende (kunstenaar) curators, hang er thema’s en prijzen aan. In het verleden heeft de Rijksdienst Beeldende Kunst tentoonstellingen gemaakt met catalogus, die een goed niveau hadden, onder de naar mijn mening beste Minister voor Beeldende Kunst die wij ooit gehad hebben, Eelco Brinkman. Alweer geen PvdA.

Stel een publieksprijs in. Creëer een hype. Zie hoe de commotie rond de Turner Prize zelfs internationaal aandacht krijgt. Kijk hoe het boekenvak dat doet met een boekenweek, prijzen die life op televisie worden uitgereikt. Veel boeken komen ook tot stand met steun van een beurs.

Ik ben voor de makers; loodgieters, kunstenaars, auteurs, timmerlieden en al die mensen die iets uit hun handen laten komen. Ik weet het, het is een beetje vies dat ambachtelijke werk maar dan heb je ook wat.
We kunnen niet allemaal onze ideeën in China laten fabriceren.
Je word er niet vrolijk van en ik heb soms te doen met jonge kunstenaars die het nu goed gaat onwetend dat er na je 40ste een heleboel wegvalt, zoals gebeurt is met zoveel goede kunstenaars van mijn generatie.

Nogmaals vergeet de makers niet! Het goud van morgen.

Michiel Schierbeek, februari 2008

Advertenties

Written by zonderkunstenaarsgeenkunst

februari 20, 2008 bij 4:59 pm

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. ik weet er alles van ,
    gewoon doorgaan ,

    arnoudservaas

    april 9, 2008 at 11:37 am


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: