zonderkunstenaarsgeenkunst

Just another WordPress.com weblog

stellingen voor het symposium 6 juni

leave a comment »

STELLINGEN Platform ZonderKunstenaarsGeenKunst symposium 6 juni

In het huidige kunstbeleid verkeert de kunstenaar in een spagaat. Hij moet zowel een succesvol ondernemer zijn, als tijdrovende, vernieuwende kunst maken en dat kan niet in onze markteconomie.

Het beleid zou rekening moeten houden met de specifieke arbeidsomstandigheden van de kunstenaar, die voortvloeien uit de bijzondere opdracht die hij heeft:

het scheppen van unieke kunstwerken die ons een nieuw perspectief bieden op de wereld om ons heen.

1. De financiële positie van kunstenaars is uitgehold

De drie geldstromen voor kunstenaars, die voortvloeiden uit de BKR, drogen op of verdwijnen.

1. Fonds BKVB (22 miljoen waarvan 12 miljoen voor beeldend kunstenaars). Het budget blijft gelijk,

maar het aantal beurzen is gedecimeerd. In 1988 waren er nog 1654 beurzen via het Fonds BKVB,

en anno 2009 zijn dat er nog maar 271, de flexibele werkbudgetten niet meegerekend (zie bijlage).

2. De voormalige Geldstroom BKV (18 miljoen) is per 1 januari 2009 gedecentraliseerd en schuift van

het rijk naar de gemeenten. Dit geld was van kunstenaars, maar het is nu geoormerkt voor kunst

en gaat voornamelijk naar de kunstinstellingen.

3. Het budget van de WWIK, een open regeling, is sterk gedaald.

In 2003 was het budget 40 miljoen voor 3000 kunstenaars in uit verschillende disciplines.

In 2007 was het budget nog 25 miljoen voor 2500 kunstenaars (cijfers afkomstig van FNV).

Er vindt een sanering plaats.

In 1983 bedroeg de BKR nog 130 miljoen gulden, nu is er nog maar 37 miljoen voor rond de 12.000 kunstenaars, waarvan 12 miljoen voor beeldend kunstenaars in het Fonds BKVB en 25 miljoen in de WWIK.

Dit geld is essentieel om de kunstproductie op peil te houden. Het budget van de WWIK mag niet verdwijnen!

De Raad voor Cultuur spreekt over ‘de marginalisering van de kunstenaar, die door zijn ‘standalone’ positie buiten spel wordt gezet: ‘Zowel het rijk als andere overheden neigen ertoe om de directe investeringen in de praktijk van kunstenaars in te ruilen voor een beleid waarbij presenterende, producerende en faciliterende instellingen een grotere rol gaan spelen. Kunst en cultuur zijn verregaand geïnstitutionaliseerd, maar de overheid meet hun belang te eenzijdig af aan economisch en sociaal rendement,’ (‘Participeren en Innoveren’, 2007, p.79).

2. Financiële ondersteuning in historisch perspectief

In Nederland wordt de kunst overgeleverd aan de tucht van de markt, maar dat gaat voorbij aan de historische ontwikkelingen.

Kunst loopt vaak op zijn tijd vooruit. Veel kunst is daarom moeilijk verkoopbaar, en

er zijn altijd vooruitstrevende vorsten, kerkvaders en burgers geweest die kunstenaars

hebben ondersteund.

Maecenas was de naam van een gulle cultuurminnende romein.

Rembrandt vond een beschermheer in Jan Six. Vermeer had één verzamelaar, Pieter van

Ruijven en werd pas in de 19de eeuw beroemd. Bart van der Leck werd gesteund door Hélène

Kröller-Müller. Vincent van Gogh door zijn broer Theo. Gelukkig maar, anders

had Vincent zich niet kunnen ontwikkelen en dan hadden we nu geen Van Goghmuseum.

Picasso kreeg een maandgeld voor productie van galeriehouder Kahnweiler. René Magritte en

Salvador Dalí konden schilderen dankzij de Engelse mecenas Edward James, en Duchamp werd

gesteund door Walter en Louise Arensberg.

3. Markt te klein

Na de Tweede Wereldoorlog waren er in Nederland door de nivellering nauwelijks

kapitaalkrachtige burgers. De staat nam de rol van mecenas op zich. In 1987 werd de BKR afgeschaft, maar de behoefte aan overheidsteun blijft echter onverminderd bestaan.

Anders dan in Groot-Brittanië en de VS zijn er in Nederland geen particuliere fondsen voor kunstenaars. De fondsen die er zijn bedienen alleen rechtspersonen.

Bovendien hebben wij te weinig verzamelaars. Met een totale omzet van 130 miljoen euro is de markt te klein om kunstenaars een inkomen te bieden.

4. Kunstenaar kan niet overleven in de markteconomie

Terwijl de arbeidsproductiviteit per uur sinds de 19de eeuw enorm is gestegen, maken kunstenaars  unieke, vernieuwende kunst en dat is tijdrovend en volstrekt oneconomisch. Als zelfs arbeidsintensieve industrieën er niet in slagen om concurrerend te zijn, hoe moeten kunstenaars dat dan doen?

Sommige kunstenaars kwamen op eigen benen te staan dankzij de investering van de overheid. Bijvoorbeeld Corneille en Constant. Maar ook Lily van den Stokker, die dankzij een beurs naar New York kon gaan. Inmiddels kan ze leven van haar werk en heeft ze de subsidie via de belasting dubbel en dwars terugbetaald aan het Rijk! (zie haar artikel op http://www.kunstsubsidiedebat.nl).

Maar de meeste kunstenaars kunnen niet van hun werk leven.

‘Slechts 14% van de kunstenaars heeft na aftrek een inkomen van meer dan € 10.000 per jaar.

40% van de kunstenaars heeft een negatief inkomen. 62% heeft neveninkomsten uit andere werkzaamheden, 8% verdient helemaal niets met zijn werk. 18% van de beeldend kunstenaars heeft een bijstandsuitkering. In 2003 maakten 3000 kunstenaars gebruik van de WWIK.

Van de inkomsten van beeldend kunstenaars is 60% afkomstig van de particuliere markt en

40% van overheidsgelden’ (uit ‘Kunst in getal’, Lien Heyting, NRC 11-7-2003).

5. Kunst is een fundamentele waarde.

Kunstenaars hebben een bijzondere positie.

Kunst vormt het hart van onze cultuur en de kunstenaar zorgt dat het blijft kloppen.

Dat hebben ze in Denemarken goed begrepen:

‘De kunsten kunnen en mogen niet gelegitimeerd worden aan de hand van vooraf vastgestelde

maatschappelijke doelen. Kunstenaars moeten geen ondersteuning krijgen omdat ze arm zijn

maar omdat de samenleving hun werk nodig heeft. De Denen moeten een alternatief hebben voor

Disney en Amerikaanse soaps, aldus het rapport Betaenkning om Billedkunst (1998) van de

Commissie Beeldende Kunsten in Denemarken ( uit ‘Cultuurbeleid in belendende landen’:

rapportage 22 februari 2007).

De kunstenaar is de verpersoonlijking van onze vrije, individualistische cultuur.

Hij is een antenne op de wereld en houdt ons een spiegel voor.

De kunst is er om de mens aan zichzelf te openbaren’, zegt kunstenaar Henk Visch.

Dat mag ook wat kosten. Anders hebben alleen reclameontwerpers een toekomst. En dat is geestelijke zelfmoord.

Om vervlakking te voorkomen is het belangrijk dat er naast volkscultuur en amateurkunst

ook ruimte is voor wat men in Duitsland Leitkultur noemt.

Investeer in het culturele erfgoed van morgen.

6. Investering in kunst geeft economische spin-off

Naast de intrinsieke waarde genereert kunst ook een economische spin-off.

Het is dan ook gerechtvaardigd om te spreken van een investering in kunst,

In plaats van een subsidie.

De export van Nederlandse kunst naar het buitenland is de afgelopen 10 jaar sterk gegroeid.

De SICA (Stichting Internationale Culturele Activiteiten) telde 10 jaar geleden honderd Nederlandse culturele activiteiten in Duitsland, vorig jaar waren er dat er meer dan duizend (Volkskrant, 6 – 5 – 09).

Dankzij de overheidsbijdragen kon veel talent tot bloei komen, dat schittert in het buitenland, van Marléne Dumas, Mark Manders, Erwin Olaf of Folkert de Jong tot Joep van Lieshout, Juul Kraijer en Desirée Dolron, enz.

De creatieve sector groeit sneller dan alle andere economische sectoren en is daarom speerpunt in het Europese culturele beleid. Zoals Richard Florida stelde in The Rise of the creative class (2002)

creëren culturele broedplaatsen een interessant vestigingsklimaat en dat trekt bedrijven aan.

De beeldende kunst is de voedingsbodem van de creatieve industrie en een prikkel voor innovatie. Daar halen trendwatchers als Li Edelkoort hun ideeën vandaan. En Bill Gates koopt de rechten van unieke beelden op, want die zijn goud waard in onze gemedialiseerde wereld.

De kunst heeft een laboratoriumfunctie voor de creatieve industrie, maar onderzoek vraagt tijd.

En dat kost geld.

Musea vormen een toeristische trekpleister. Zo is de Tate Modern met 5,5 miljoen bezoekers de grootste attractie van Groot-Britannië. Amsterdam wordt bezocht door 8 miljoen toeristen die 5 miljard! euro spenderen. En hoeveel verdient Amsterdam aan het Van Gogh Museum? Investeren in kunst is op termijn een investering in het toerisme.

Advertenties

Written by zonderkunstenaarsgeenkunst

juni 5, 2009 bij 4:47 pm

Geplaatst in Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: