zonderkunstenaarsgeenkunst

Just another WordPress.com weblog

23 Zeger Reyers: tekst Tweede Kamer 20 maart 2008

with one comment

 

Zeger Reyers  

Den Haag, 19 maart 2008 

Geachte commissieleden,                                                                                   

Mijn oeuvre bestaat voor een groot deel uit veranderende, veelal organische en dus vergankelijke werken.

Die je niet kunt verkopen of opslaan daardoor ben ik genoodzaakt om steeds een nieuwe versie van een bestaand werk te maken. Ik kan met deze insteek dus niet functioneren op de markt en ben voor het maken en ontwikkelen van deze installaties aangewezen op subsidies.  

In mijn werk maak ik veel gebruik van levende natuur. Ik beeld niets af, ik creëer de voorwaarden waarin schimmels en zwammen kunnen gedijen. Verhoog de temperatuur en de luchtvochtigheid en schimmels overwoekeren het tapijt en het meubilair. Dat roept vragen op over de relaties tussen natuur en cultuur, groei, bloei en verval. Wij denken we dat de natuur kunnen controleren, maar is dat wel zo?  

Vorig jaar ben ik gelauwerd met een Oeuvrepijs, de Haagse Ouborgprijs, die bestond uit een geldbedrag van € 4750,- plus een presentatie in het Haags Gemeentemuseum en de publicatie van een boek.

De gang van zaken die ik  heb mogen meemaken rond deze prijs is typerend voor de binnenlandse museale presentaties die ik in mijn loopbaan heb gehad.  

De presentatie in het Haags Gemeentemuseum was onderdeel van de prijs, maar vreemd genoeg was hiervoor geen productiebudget beschikbaar, laat staan dat ik een honorarium voor mijn werk ontving.

Waarschijnlijk wordt er vanuit gegaan dat ik van het beperkte prijzengeld mijn eigen tentoonstelling én een gedeelte van de bijbehorende catalogus zou hebben moeten financieren, mijn gezin tijdens een enorm lange werkperiode in hongersnood achterlatend. 

Het is mij wel gelukt uit externe bronnen een subsidie voor de presentatie te krijgen, iets wat op mijn aandringen het Gemeentemuseum ook geprobeert heeft maar deze niet toegekend heeft gekregen. De tentoonstelling in het Gemeente museum is uiteindelijk gefinancieerd geweest door STROOM Den Haag en het Fonds BKVB. Maar ik moest zelf wel 3000 euro bijleggen voor de publicatie. 

Dit is gedeeltelijk aan mijzelf te wijten omdat ik al jaren een ‘Boek’ wilde maken en geen ‘Boekje’.En nu blijkt achteraf dat  de royalty’s uit de verkoop van het boek terugvloeien naar STROOM (mijns inziens de gemeentekas) zonder dat de door mij gemaakte onkosten gecompenseerd worden! Ik heb natuurlijk wel een aantal boeken gekregen en het is gelukt STROOM Den Haag te bewegen om 150 exemplaren de wereld rond te sturen, wat geen begrote post is geweest op het Ouborg budget. Hiervoor alle dank.  

Als kunstenaar heb je nu eenmaal geen vast inkomen waar je altijd op terug kunt vallen, maar moet je je inkomsten halen uit een aaneenschakeling van losse projecten en sporadische verkopen.

De Ouborgprijs is een grote eer en ik ben oprecht gevleid door de erkenning van mijn werk.De prijs leek in eerste instantie inkomsten op te leveren, maar kostte me uiteindelijk alleen maar geld, een hoop frustratie en slapeloze nachten!! Eerlijk gezegd heb ik me in de aanloop naar de presentatie op het randje van een ‘mental breakdown’ bevonden, terwijl ik doorgaans toch stevig in mijn schoenen sta.

En dat is de voornaamste reden waarom ik hier nu sta, om mogelijkerwijs anderen voor zulk soort rare lauteringen en presentaties te behoeden…. 

Ik hoop dat mijn verhaal beter inzicht geeft in situaties waar professionele (gewaardeerde) kunstenaars tegen aanlopen. De hedendaagse beeldende kunst is vaak geen tastbaar beeld of schilderij, zeker daar de beeldende kunst zich steeds meer op een non-fysiek, sociaal, multicultureel, interactief vlak beweegt en daardoor meer en meer een idee uitdraagt dan in concretie sculptuur te zijn.

Zoals Lex ter Braak zegt in zijn laatste nota, is het belangrijk dat kunstenaars honoraria krijgen voor hun tentoonstellingspresentaties. Maar dit zou niet ten koste mogen gaan van het budget voor individuele subsidies.

Want die zijn onmisbaar voor alle kunstenaars die soortgelijke kunst maken, en die wel gewaardeerd wordt verder te kunnen ontwikkelen. 

Voor een andere installatie, Aqua Boogie in het Gem in 2004 heb ik de laagst gelegen zaal onder water laten zetten. Bezoekers konden de donkere zaal doorkruisen via lange vlonders en loopbruggen en onder hen opende zich een gitzwart waterbassin dat door grote levende vissen werd bevolkt waarvan bezoekers slechts de rimpelingen in het wateroppervlak hebben mogen aanschouwen.  Er werd een nieuwe biotoop geïmporteerd op een plek waar deze een groot bestaansrecht heeft, want Nederland ligt onder de waterspiegel…Als de pompen in de kelder niet zouden werken, zou deze kelder na enkele regenbuien onderlopen, net als een groot deel van Nederland.

Rond deze installatie heb ik € 60.000,– rondgepompt zonder er zelf een cent van te op te kunnen voeren. Iedereen is betaald geweest en heeft ook aan mijn werk verdient van suppoost tot directeur behalve de kunstenaar!   

Hoogachtend,                              

Zeger Reyers                               

Written by zonderkunstenaarsgeenkunst

maart 26, 2008 bij 4:26 pm

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. beste Zeger!
    Helaas is dit maar een al te bekend verhaal..!
    Maar al te vaak wordt het maken van een expositie (of een boek) gezien als ‘gratis reclame’ voor de kunstenaar, zoals onlangs ook te berde gebracht bij het tegenstribbelen van Vereniging Musea tegen hang- en stagelden. Onbewust speelt nog steeds het idee dat de kunstenaar leeft van de verkoop van kunstwerken, terwijl er tegelijk steeds minder budget is om die aankopen te doen, zelfs als het aankopen inderdaad mogelijk zou zijn gezien de aard van veel werk!
    De kunstenaar wordt klemgezet tussen een verouderd idee van het kunstenaarsschap (hongerend op zolder) en een hedendaags begrotingstekort voor alle cultuuruitingen.
    Al te makkelijk wordt er van uit gegaan dat de kunstenaar toch wel ergens geld vandaan krijgt, en ondertussen schuift iedereen de lasten hiervoor van zich af.
    Inderdaad, iedereen die in een museum werkt wordt daar betaald, zelfs de toiletjuffrouw, maar de kunstenaar maakt de tentoonstelling toch heel vaak nog voor niks!

    Vergeleken met vroeger is het überhaupt voeren van deze discussie al een meerwaarde, en ik merk wel dat meer en meer musea en instellingen wel degelijk honoraria proberen te begroten. Maar aangezien er te weinig sociaal draagvlak ik voor hedendaagse kunst hebben ook zij het moeilijk.
    Daarom is het verbreden van dit draagvlak door allerlei initiatieven, zoals ook het Mecenaat, van groot belang.
    We moeten de strijd niet opgeven: wij zeuren niet, we bedelen niet, we willen gewoon betaald worden voor het werk wat wij leveren, waarvoor we wel (soms) gelauwerd worden maar (vaak) niet betaald. We vechten voor een simpel feit: zonder kunstenaars geen kunst!

    hoogachtend beste collega 😉
    Karin Arink

    Karin Arink

    augustus 10, 2008 at 9:03 pm


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: